Van het Ministerie van Landbouw

Reactie van het Ministerie van Landbouw

 

Datum: 6 april 2011
Betreft: Uw brief d.d. 7 maart 2011

 

Geachte heer Ouwens,

U heeft op 7 maart jl. een brief aan het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) geschreven, waarin u naar aanleiding van de recente verkiezingen voor de Provinciale Staten een aantal vragen stelde over de veehouderij in Nederland.
U stelt vragen over dierziektebestrijding en antibioticagebruik en over de toekomst van de intensieve veehouderij in Nederland. Ik zal uw vragen namens de staatssecretaris beantwoorden.

Allereerst vraagt u zich af waarom varkens niet preventief (dus uit voorzorg) ingeënt worden tegen varkenspest. Daarvoor moet ik teruggaan naar de jaren tachtig en negentig. In die tijd is in de hele Europese Unie afgesproken om niet meer preventief te vaccineren tegen een aantal zeer besmettelijke ziekten zoals Klassieke Varkenspest en Mond- en Klauwzeer. De voordelen van vaccinatie wogen niet meer op tegen de nadelen. Het preventief vaccineren van de gevoelige veestapel kostte veel geld en omdat er geen onderscheid gemaakt kon worden tussen gevaccineerde en besmette dieren werd de internationale handel belemmerd. Deze Europese bepaling geldt nog steeds voor alle lidstaten.

U noemt in uw brief het grootschalig ruimen van dieren bij een varkenspestuitbraak. Het ruimen van niet-besmette dieren is (als je helemaal niet vaccineert) nodig om een uitbraak te stoppen. Maar door tijdens een uitbraak heel snel alle varkens in de omgeving van een besmet bedrijf te vaccineren, is het ruimen van deze varkens niet meer nodig. De vaccinatie zal ervoor zorgen dat de dieren weerstand tegen de ziekte ontwikkelen en dat de ziekte gestopt wordt. Nederland is daarom de afgelopen 10 jaar heel actief geweest in de Europese discussie om vaccinatie wél mogelijk te maken op het moment dat er een uitbraak van een besmettelijke dierziekte zoals varkenspest is. Dit vaccinatiebeleid ten tijde van een uitbraak is, mede dus op actieve voorspraak van Nederland, geaccepteerd en als mogelijke bestrijdingsstrategie opgenomen in de Europese bestijdingsrichtlijnen voor Varkenspest en Mond-en-Klauwzeer.

Vervolgens vraagt u zich af waarom kippen massaal antibiotica krijgen toegediend, terwijl de gevolgen voor de volksgezondheid onduidelijk zijn. Het antibioticumgebruik in de intensieve veehouderij (kippen, varkens, kalveren) is in Nederland een punt van zorg. Antibioticagebruik kan namelijk leiden tot resistentievorming, dat wil zeggen dat bacteriën niet meer gevoelig zijn een of meerdere typen antibiotica en dat deze dus niet meer ingezet kunnen worden bij de behandeling tegen die bacterie. Iedereen is het erover eens, dat het antibioticumgebruikin de veehouderij omlaag moet. Daarom zijn er al tijdens het bewind van Minister Verburg stappen ondernomen om dit gebruik te verminderen. De taskforce van de veehouderijsectoren is gevraagd om plannen te ontwikkelen, zodat het antibioticumgebruik met 20% in 2011 en 50% in 2013 afneemt. Staatssecretaris Bleker heeft, samen met de minister van Volksgezondheid, Wetenschap en Sport, deze plannen onderschreven en hij heeft acties ingezet om deze aanpak verder te versterken. Daarnaast is aan de Gezondheidsraad gevraagd om een advies uit te brengen over antibiotica in de veehouderij. Dit advies wordt medio 2011 verwacht. Afhankelijk van de uitkomst hiervan kan het beleid aangepast worden.

Tot slot stelt u vragen bij het bestaan van een intensieve veehouderij in een dichtbevolkt land als Nederland. Deze vraag is heel actueel en heeft ook in de Provinciale Statenverkiezingen veel aandacht gekregen, met name door de discussie over megastallen. Staatssecretaris Bleker heeft daarom het plan opgevat om met de bestuurders, maar ook met burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties te gaan praten over het houden van veel dieren op één locatie. In mei bijvoorbeeld, start er een dialoog op internet die georganiseerd wordt door het Ministerie van EL&I. Misschien is het iets voor u om ook daar mee te praten en uw zorgen rondom intensieve veehouderij te delen.

Daarnaast werkt de Staatssecretaris samen met verschillende organisaties -- waaronder boeren- en ketenorganisaties maar ook dieren- en milieuorganisaties -- aan de Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij. Het streven is om in 2023 een volledig duurzame veehouderij te realiseren in Nederland. Als u meer wilt weten hierover kunt u kijken op deze website: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/veehouderij/veehouderij-in-2023

Ik hoop dat ik uw vragen voldoende heb kunnen beantwoorden. Ik wil u graag nog wijzen op de website www.rijksoverheid.nl, waar u via "ministeries" op de website van het ministerie EL&I komt. Hier vindt u meer informatie, bijvoorbeeld in de vorm van brieven aan de Tweede Kamer, over actuele onderwerpen. Ook kunt u zich abonneren op nieuwsberichten (per email) over de onderwerpen die uw interesse hebben.

 

De Directeur Voedsel, Dier en Consument,

 

(naam verwijderd)

Categorie:

Bijgewerkt:

Opmerkingen

Harald
9-4-2011
Netjes van ze hoor! Samenvatting: er wordt aan gewerkt, maar de wielen van de politiek draaien langzaam?